Welkom bij de SagenJager!

Leer de omgeving kennen met de SagenJager, de routeplanner vol met volksverhalen. U kunt bestaande routes maken, maar u kunt ook de kaart gebruiken om uw eigen routes uit te stippelen. 

Hoe werkt het?

De locatie waar u zich bevindt verschijnt op de kaart. Klikt u nogmaals op de tab 'kaart' dan kunt u verschillende categorieën van verhalen aan- en uitvinken. U kunt zo uw eigen route samenstellen. Wilt u liever een bestaande route fietsen of wandelen, dan kunt u die vinden onder de knop routes.

De SagenJager zal in de toekomst steeds verder worden uitgebreid, met meer regio's en routes.

Veel plezier!

Voor vragen en opmerkingen: communicatie@meertens.knaw.nl

Aan de SagenJager werkten mee:

Theo Meder (projectleider MI)

Nikkie Herberigs (webredactrice MI)

Jan Pieter Kunst (ontwikkelaar MI)

Matthijs Brouwer (ontwikkelaar MI)

Cécile van der Waal (designer UTwente)

Mariët Theune (assistant professor UTwente)

Marianne van Zuijlen (documentaliste MI)

Lutske Holthuis (vrijwilligster RUG)

Marten van der Meulen (research assistant MI, stem Bakkerroutes)

Anne-Floor Schölvinck (stem Bakkerroutes)

Kees Grijpink (geluidstechnicus MI)

Douwe Kootstra (verhalenverteller, stem Jaarsmaroute)

Romkje Bosma (vertaalster, stem Jaarsmaroute)

Biem Visser (geluidstechnicus Apres-Midi)

Kathelijne Steinhauzer (stagiaire MI)

Marissa Griffioen (stagiaire MI)

Sarah Thurlings-Heijse (direkteur Oneindig Noord-Holland)

Wesley Connor (medewerker Oneindig Noord-Holland)

Iris Rusz (Stichting 100 jaar Dam Jaarsma)

Jo Bakker (stem Arnhemse route)

Jaap Boerema (vrijwilliger RUG)

Don van der Putten (stagiair MI)

Silke Meijers (stagiaire MI)

Claudia Fris (stagiaire MI)

Achtergrondinformatie

 

Volksverhaal

Een volksverhaal is een vertelling die voor langere of kortere tijd mondeling tussen (groepen) mensen circuleert. Het begrip 'volksverhaal' is een overkoepelende term. Tot de volksverhalen rekenen we: de fabel, het sprookje, de sage, de legende, het raadsel, de mop, de kwispel, het exempel, het broodjeaapverhaal. In bepaalde gevallen worden ook persoonlijke verhalen (personal narratives, memorates) of familievertellingen tot het volksverhaal gerekend.

 

Sprookje

Een sprookje is een traditioneel volksverhaal dat speelt op een onbepaalde plaats in een onbepaalde tijd en opent daarom vaak met de woorden "Er was eens..." In het begin van het verhaal wordt de held (regelmatig de jongste van een drietal, die als de domste wordt beschouwd) voor een probleem gesteld dat opgelost moet worden. De held gaat op avontuur uit en zonder dat de held zich daar veel over verwondert wordt hij tegengewerkt door kwade wezens, maar evengoed ook geholpen door goede mensen en dierhelpers. De held slaagt er in, mede dankzij zijn moed, wijsheid, eerlijkheid, goedheid of geluk, om het avontuur tot een goed einde te brengen. Het sprookje eindigt in de regel optimistisch, en vandaar de slotformule: "En ze leefden nog lang en gelukkig". In veel gevallen is de uitkomst dat de held trouwt met de prinses of dat de heldin in het huwelijk treedt met de uitverkoren prins. Deze sprookjes worden ook wel bruidverwervingssprookjes genoemd. In andere sprookjes gebeurt het wel dat de held rijkdom vergaart of een grote sociale promotie maakt (bijv. gepromoveerd tot opperbevelhebber). Veel sprookjes tonen jonge helden en heldinnen die zich losmaken van hun ouders en aan een zelfstandig leven in de wereld beginnen (uitzondering hierop vormen de kindersprookjes waarin kleine kinderen de hoofdrol spelen, zoals Roodkapje en Hans en Grietje). Het sprookje wordt doorgaans verteld als fictie, en het genre verwoordt bepaalde wensdromen.

 

 

Sage

Een sage is een traditioneel volksverhaal dat zich afspeelt op een bekende plaats en op een bekend moment in de tijd . De sage is doorgaans een kortere vertelling dan een sprookje, en een sage behandelt een bepaalde vorm van volksgeloof (vroeger sprak men denigrerend over bijgeloof). Sagen bevatten veel angstaanjagende, bovennatuurlijke elementen en vertellen bijvoorbeeld over hekserij, toverij, spokerij, weerwolverij, over reuzen, kabouters, nachtmerries (het wezen, niet de droom!), Witte Wieven, duivels en dergelijke. Sagen kunnen ook vertellen over moedige en sterke helden, over geduchte rovers, onderaardse gangen, verborgen schatten en bodemloze putten. In principe werden de sagen vroeger als waarheid verteld: voor vertellers en publiek werden ze ervaren als non-fictie. Sagen hebben veelvuldig een pessimistische toonzetting. Er onstaan nog steeds sagen, maar die worden dan vaak aangeduid als moderne of hedendaagse sagen, in Nederland beter bekend als broodjeaapverhalen. Sommige traditionele sagen zijn zelfs 'geëvolueerd' tot moderne sagen.

 

Broodjeaapverhaal

De moderne sage of stadssage (urban legend) staat in Nederland het best bekend als broodjeaapverhaal, genoemd naar het boek dat Ethel Portnoy schreef over dit genre in 1978. Broodjeaapverhalen zijn in feite de opvolgers van de traditionele sagen. Spreekt uit de oude sagen de latente angst voor het bovennatuurlijke, zoals duivels, spoken, heksen en witte wieven, in de hedendaagse sagen is dat gewijzigd in aardse angsten voor rampen, bizarre ongelukken, criminaliteit, moderne technologie en sociale pijnlijkheden. Moderne sagen worden ook regelmatig verteld om even te kunnen griezelen. Broodjeaapverhalen zijn over het algemeen even kort als sagen, en de inhoud is over het algemeen spannend en griezelig. Het verhaalde zou vaak "een vriend van een vriend" werkelijk overkomen zijn, en zowel verteller als luisteraar nemen het verhaal vaak voor waar aan. Het broodjeaapverhaal is echter niet waargebeurd, al bevat ongeveer tien procent ergens wel een kern van waarheid. Broodjeaapverhalen worden geacht vooral te circuleren onder jonge stadsbewoners, maar ook onder ouderen op het platteland zijn de verhalen bekend. Voorbeelden van broodjeaapverhalen zijn het Hondje in de Magnetron, de Gestolen Nier, of Sperma in de Knoflooksaus. Er bestaan ook meer komische broodjeaapverhalen, zoals de vertellingen over de Reizende Tuinkabouters en het Kunstgebit aan de Hengel/Kunstgebit in de Kabeljauw, maar deze vormen vooralsnog een minderheid.

 

Legende

Een legende is een traditioneel christelijk (met name katholiek) volksverhaal, waarin een centrale rol is weggelegd voor een heilige of een heilig voorwerp.  De verhalen kunnen dus bijvoorbeeld gaan over Bonifatius, Sint Servaas, Sint Nicolaas of Lidwina van Schiedam. Ook (moderne) wonderlijke verhalen over (bloed) huilende Mariabeelden of over hosties of bijbels die niet kunnen verbranden behoren tot de legenden.

 

Mop

Moppen zijn korte verhaaltjes die bij uitstek in de mondelinge overlevering circuleren, en om die reden zijn het ook volksverhalen. Het woord 'mop' voor dit genre volksverhalen bestaat sinds de tweede helft van de 19e eeuw en betekent 'kort grappig stukje'. Het fenomeen is al wel ouder: in de 17e eeuw tekende advocaat Aernout van Overbeke al moppen op die hij in de dagelijkse conversatie hoorde. Grappige vertellingen werden vroeger echter 'boerden', 'kluchten' en 'uien' genoemd. De voorlopers van de huidige korte moppen waren regelmatig wat verder uitgesponnen kluchtige verhaaltjes. Ze worden in het Duits wel 'Schwankmärchen' genoemd. In zulke verhaaltjes konden meerdere grappige momenten zitten, en ze hoefden het niet per se te hebben van een krachtige punchline of clou. De oudste Nederlandstalige grappige verhalen stammen uit de middeleeuwen; vanaf de late middeleeuwen werden ze gebundeld in zogenaamde kluchtboekjes. De moderne moppen zijn meestal kort en het lachmoment zit aan het eind. Moppen kunnen zich tegenwoordig ook voordoen in de vorm van een raadsel.

 

Dokter Cornelis Bakker

In de jaren 1893 en 1894 plaatst de neerlandicus Gerrit Jan Boekenoogen oproepen in kranten en tijdschriften, waarin hij de lezers verzoekt om rijmen en sprookjes op te tekenen en aan hem toe te zenden die uit de mondelinge overlevering stammen. Boekenoogen motiveert zijn oproep met de toen nog heersende Germaans-mythologische theorie: die oude volksliedjes en volksverhalen dragen de restanten van de oude heidens-Germaanse cultuur nog in zich, en zijn dus dienstig voor de bestudering en reconstructie van ons voor-christelijke geestesleven. Het gevolg van de oproep was dat hij talloze liedjes en veel verhalen uit heel het land kreeg toegezonden. De collectie staat bekend als de Collectie Boekenoogen en wordt thans bewaard in het archief van het P.J. Meertens-Instituut.

De meest gedreven verzamelaar was de arts Cornelis Bakker uit Broek in Waterland. Hij heeft zoveel volkskundig materiaal verzameld, dat we binnen de Collectie Boekenoogen een Collectie Bakker onderscheiden, die ongeveer eenderde van het geheel uitmaakt.

Cornelis Bakker werd in 1863 geboren in Koog aan de Zaan als zoon van een doopsgezind middenstandersgezin: zijn ouders dreven een winkel in manifacturen en grutterswaren. Hij ging naar de HBS in Zaandam en ontving in 1879 de Jasykoff-prijs als beste eindexamen-kandidaat. Om te kunnen doorstuderen heeft hij staatsexamen gymnasium gedaan, en vervolgens is hij in Leiden medicijnen gaan studeren. In 1888 haalde hij zijn arts-examen: hij mocht zich arts noemen, maar was geen medisch doctorandus (vanwege dat staatsexamen) en hij mocht dus ook niet promoveren. In hetzelfde jaar vestigde hij zich als dokter in Goedereede op Goeree-Overflakkee, maar hij kon slecht aarden in dit streng gereformeerde milieu. Toen er een jaar later een praktijk vrijkwam in Broek in Waterland, greep hij die mogelijkheid met beide handen aan. Deze plattelandspraktijk was groter (Broek, Uitdam, Zuiderwoude en alle polders en boerderijen in de omtrek), en het salaris was lager, maar hier voelde Bakker zich thuis. Hij heeft zich in zijn praktijkjaren gemanifesteerd als een zeer sociaalvoelend arts: hij heeft nooit zijn tarieven verhoogd, deed een bevalling in geval van grote armoede gratis, zette een afdeling van het Witte Kruis op, zorgde voor een waterput met schoon drinkwater, liet een ijskelder bouwen enz. enz. In 1919 ging hij met pensioen, waarna hij aan het publiceren is geslagen. Zijn magnum opus zou worden: Volksgeneeskunde in Waterland. Een vergelijkende studie met de geneeskunde der Grieken en Romeinen, gepubliceerd in 1928. Cornelis Bakker is in 1933 te Utrecht overleden, en in Broek in Waterland begraven. In 1959 is er in Broek in Waterland een straat naar hem vernoemd: de Dokter C. Bakkerstraat.

Een jaar voor de oproepen in kranten en tijdschriften, in 1892, had de student Boekenoogen al een brief naar Bakker gestuurd met het verzoek of hij folkloristisch materiaal en bovenal Zaans en Waterlands dialect voor hem wilde verzamelen. 19 jaar lang, van 1897 tot en met 1916 (het jaar van de watersnood in Waterland) heeft Bakker met de regelmaat van de klok verzamelwerk opgestuurd naar Boekenoogen: sagen, sprookjes, moppen, volksliedjes, kinderspelen, feestgebruiken, dialect, volksgeneeskunde, volksprenten en noem maar op.

De meeste correspondenten van Boekenoogen stuurden liedjes en verhalen op die zij zich uit hun eigen jeugd herinnerden, en die zij soms in sterk verliteratuurde vorm opschreven. Bakker putte ook wel uit zijn herinneringen, maar het bijzondere was toch dat hij juist veel 'veldwerk' heeft verricht. Hij interviewde zijn patiënten - liefst oude boeren, boerenknechten en vissers, bij wie verondersteld werd dat de mondelinge overlevering het zuiverst bewaard was gebleven. Bakker wist hun vertrouwen te winnen doordat hij in staat was hen in hun eigen taal aan te spreken. Bakker had altijd een notitieboekje op zak en werkte zijn aantekeningen liefst dezelfde dag nog uit. Hij was niet kieskeurig: alle verhalen die ook maar een enigszins oude trek in zich leken te hebben, tekende hij op.

Naast allerlei ander volkskundig materiaal, heeft Cornelis Bakker ruim 500 volksverhalen verzameld. Daaronder moeten we dan verstaan: sprookjes, fabels, sagen, moppen, legenden en wat 'personal narratives'.Uit dit materiaal is maar zeer mondjesmaat gepubliceerd. Naast de publicatie van sprookjes en sagen door Boekenoogen in het tijdschrift Volkskunde, heeft Bakker zelf nog een aantal sagen gepubliceerd in het tijdschrift De Gids van 1922.

 

Dam Jaarsma

In de jaren zestig en zeventig liet het toenmalige Volkskundebureau (nu het Meertens Instituut) een twintigtal regionale verzamelaars zoveel mogelijk volksverhalen optekenen. Het project van de etnoloog J.J. Voskuil resulteerde in een archief met ruim 32.000 sprookjes, sagen en anekdoten. Dam Jaarsma (1914-1991) was één van deze verzamelaars. Hij leverde in zijn eentje bijna de helft van het totale aantal volksverhalen. Tegenwoordig bevat de Nederlandse Volksverhalenbank van het Meertens Instituut ruim 40.000 verhalen van alle genres: sprookjes, sages, legendes, raadels, moppen en broodje aapverhalen. De oudste verhalen stammen uit de middeleeuwen, de meest recente verhalen worden vandaag de dag verteld.

Dam Jaarsma (1914-1991) groeide op in Eastermar (Oostermeer) in een boerengezin. Op de lagere school leerde hij in het Fries te schrijven, wat hij volhield op de HBS in Drachten en in zijn dagboeken. Ook de volksverhalen tekende hij op in de taal waarin ze verteld werden, want, zo zei hij: ‘sa as buorman syn ferhalen yn eigen memmetonge fertelde koe allinig mar yn’t Frysk werjûn wurde’ (Nieuwsblad van Noord-Oost Friesland 30-08-1989). Op zijn fiets trok Jaarsma de Fryske Wâlden door, aanvankelijk voor de Fryske Akademy en later voor het Volkskundebureau. Jaarsma was sterk beïnvloed door de Duitse romantiek. Voor hem ging er een bepaalde betovering uit van het Friese landschap, hij wilde iets van die grijze oudheid ervaren.

Dam Jaarsma kreeg – net als alle verzamelaars –  de opdracht om aan de hand van een vragenlijst volksverhalen op te tekenen die uit de ‘volksmond’ afkomstig waren; het moest gaan om ‘echte, authentieke’ verhalen, die niet uit boeken afkomstig waren maar uitsluitend uit de mondelinge overlevering. Op het Fryske plattelân waren in de jaren zestig nog genoeg oudere mensen te vinden die deze authentieke sagen en sprookjes in hun herinnering bewaard hadden, met name in de Fryske Wâlden. We kunnen wel stellen dat al deze duizenden verhalen uit de Wâlden verloren waren gegaan, als Dam Jaarsma ze niet had verzameld en opgetekend. Dam Jaarsma was niet zomaar een Wâldpyk, hij was een hele bijzondere, met de grote verdienste de Fryske orale traditie van de vergetelheid te hebben gered.

Zie voor meer informatie verder nog www.damjaarsma.nl

 

Arnhemse sagenroute

Geheel in het teken van het sprookjesfestival presenteert het Meertens Instituut vanaf oktober 2015 de SagenJager voor Arnhem en omstreken. De SagenJager is een fietsroute van circa 30 kilometer die van volksverhaal naar volksverhaal gaat. Je leest of hoort verhalen uit alle tijden: over de kerk, bewoners van de stad, het kasteel Rosendael en het monster van Gelre. Vanaf het station gaat de route door de binnenstad, via Velp, over de Veluwe en door Rozendaal gaan we langs de dierentuin terug naar het station. Heksen, reuzen, weerwolven, kabouters en pinguïns: je komt ze allemaal tegen!

 

Trijntje Soldaats

Ezinge (Gronings: Aisen of Aising) is een dorp van ongeveer 900 inwoners in de gemeente Winsum, zo'n twintig kilometer ten noordwesten van de stad Groningen. In mei 2017 wordt hier het Trijntje Soldaatsfestival georganiseerd. Het Meertens Instituut heeft voor dit festival een wandelroute gemaakt, die te bekijken is op de website en de app van de SagenJager (www.sagenjager.nl).

Trijntje Soldaats, eigenlijk Trijntje Alberts, is geboren op 19 januari 1749 in Ezinge als dochter van Albert Derks en Lijsbeth Klaassen. Zij kreeg de bijnaam ‘ soldaats’, omdat zij in 1787 in Groningen trouwde met Andries Cramer, een Duits soldaat in Hollandse dienst. Met hem trok zij naar zijn geboorteland. Na zijn dood keerde zij terug naar Ezinge en trouwde in 1798 met Wijbe Wijbrands uit Fransum. Vanaf 1800 verdiende zij de kost als naaivrouw in het huis van Arend Gerrits Arends, een koopman uit Ezinge. Toen zijn vrouw in 1801 overleed, nam Trijntje haar taken in het gezin op zich. Aan de kinderen, Gerrit en Klaas, vertelde zij haar sprookjes en vertelseltjes in het Gronings. Gerrit schreef deze op elfjarige leeftijd op in een klein boekje. Het waren sprookjes die het alledaagse leven vertelden en gekleurd waren door de fantasie van die tijd. Gerrit, later koopman, landeigenaar en burgemeester van Ezinge heeft het boekje met genoteerde sprookjes bewaard als een overblijfsel uit zijn jeugd. Hiermee heeft hij de herinnering aan Trijntje Soldaat in leven gehouden.

De sprookjes van en de herinnering aan Trijntje Soldaats zijn terug te vinden in de zeventien verhalen die opgetekend zijn uit de aantekeningen van de elfjarige Gerrit. De verzameling is buitengewoon belangrijk en biedt van een reeks sprookjes de alleroudste versie. De verzameling laat zien wat er toen in Groningen zoal verteld werd. Het bewaarde schrift werd in 1928 uitgegeven door Eilina Huizenga-Onnekes als Groninger Volksvertellingen. Het boek van Trijntje Soldaats telt zeventien verhaaltjes en is één van de oudste mondeling overgeleverde sprookjesverzamelingen, ontstaan vóór de gebroeders Grimm hun sprookjes optekenden. In de vertellingen van Trijntje Soldaats zijn varianten op bekende sprookjes als Klein Duimpje en Blauwbaard te vinden. Daarnaast speelt de dood een belangrijke rol in de sprookjes van Trijntje Soldaats. Waar kinderen van rond de elf jaar vandaag de dag wellicht juist behoedt worden voor verhalen over de dood, was het aan het begin van de negentiende eeuw klaarblijkelijk de normaalste zaak van de wereld kinderen dit te vertellen. 

De route zal de wandelaars – en bezoekers van het Trijntje Soldaatsfestival – leiden langs de belangrijkste plaatsen in en rond Ezinge die betrekking hebben op het leven van Trijntje Soldaats. Daarnaast komen belangrijke elementen van het dorp aan bod. Zo wordt er aan het begin van de route stilgestaan bij de plaatsen waar Trijntje is geboren en overleden. Verderop in de route komt bijvoorbeeld de kerken de Allersmaborg aan bod. Beide zijn kenmerkend voor het dorp Ezinge en ook Trijntje heeft hier in haar leven mee te maken gehad.

 

Groningse Hogeland

[...] Het is de weg van Leens naar Kloosterburen. [...] Het zijn de molens en de kleine kanalen. Het zijn de kerken en de borgen. [...] Het zijn de grote boerenplaatsen. [...] Dat is mijn land, mijn Hoogeland.

Dit zijn zomaar een paar regels uit het nummer 't Hogelaand van de Groningse streektaalzanger Ede Staal (1941-1986). Hij bezong (in meerdere liedjes) het Groningse Hogeland, zijn mooie Hogeland. Met dit nummer als startpunt is er een fietsroute dwars door het Groningse Hogeland ontstaan. Deze route leidt de fietser langs die molens en kleine kanalen, kerken en borgen, via de weg van Leens naar Kloosterburen, zoals Ede Staal zong. Maar de route laat ook zien dat het Hogeland meer bevat dan de mooie herinneringen van Ede Staal.

Het Hogeland zit namelijk boordevol prachtige, grappige, boeiende en griezelige volksverhalen. Van 'Witte Wieven' tot de duivel, en van de blinde Bernlef tot reuzen: ze komen allemaal voorbij in het Hoge Noorden. Ook Ede Staal zal niet vergeten worden: na het startpunt bij zijn woonhuis in Leens, zal de tocht langs zijn geboorteplaats Warffum gaan, om te eindigen bij het Ede Staalpad vlakbij borg Verhildersum.

 

Amsterdam 16e-17e eeuw

Amsterdam is de hoofdstad van Nederland en trekt jaarlijks zo'n negen miljoen buitenlandse toeristen. Veel toeristen komen af op de bekende 'hotspots', zoals het Anne Frank huis, het Rijksmuseum, het Van Gogh museum en attracties als Madame Tussauds, maar de stad herbergt voor de Nederlander en zelfs voor de echte Amsterdammer ook nog tal van prachtige volksverhalen.

Tijdens de 16e en vooral de 17e eeuw bereikte de Nederlanden een bloeiperiode door op het gebied van handel, wetenschap en kunsten: De Gouden Eeuw. Een fenomeen als 'De Gouden Eeuw' onstaat niet van de een op de andere dag, maar ontwikkelt zich geleidelijk aan. Tijdens deze wandelroute komen de mooiste, spannendste en leukste volksverhalen uit die tijd aan bod. Wat voor humor hadden de mensen uit de 17e eeuw? Hoe zijn straten aan hun naam gekomen? Hoe dacht men in die tijd over heksen? De route brengt de wandelaar dwars door Amsterdam, terug naar de 16e en 17e eeuw. Ontdek het pure Amsterdam, namelijk de geschiedenis van Amsterdam verteld door het Amsterdamse volk van eeuwen terug.

 

Nijmegen

Nijmegen is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Gelderland, dicht bij de grens met Duitsland. De stad ligt grotendeels op de zuidelijke oever van de Waal, aan de voet van een stuwwal. Een deel van de huidige gemeente ligt aan de overzijde van de rivier. Het betreft hier de zogenaamde Waalsprong, een geannexeerd gebied waarin zich het dorp Lent en een deel van Oosterhout bevinden. 

Nijmegen heeft een lange geschiedenis, die meer dan 2000 jaar teruggaat. Als Ulpia Noviomagus Batavorum kreeg het rond het jaar 100 marktrechten. In 1230 werd Nijmegen vrije rijksstad en in 1402 Hanzestad. Nadat Nijmegen tussen 1655 en 1679 al eens een Illustere Academie huisvestte, is de stad sinds de komst van de Katholieke Universiteit (de huidige Radboud Universiteit) in 1923 een universiteitsstad. 

Diverse andere gemeentes in de omgeving, zoals Wijchen, Beuningen en Berg en Dal, maken met Nijmegen deel uit van het Rijk van Nijmegen.

 

Leiden

Leiden is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De stad ontstond als dijkdorp aan de zuidzijde tegenover een kunstmatige heuvel aan de samenvloeiing van de Oude en de Nieuwe Rijn. In de oudste vermelding daarvan, omstreeks 860, werd het toenmalige dorp Leithon genoemd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Leiden zwaar getroffen door geallieerde bombardementen. De omgeving van het station en de Marewijk (tegenwoordig de omgeving van het Schuttersveld en de Schipholweg) werden vrijwel geheel met de grond gelijk gemaakt. Het historische centrum is gespaard gebleven.

De Sleutelstad, zoals de bijnaam van de stad, verwijzend naar het stadswapen, luidt, heeft tevens de oudste universiteit van Nederland. Daarnaast is de stad bekend om de rijke geschiedenis en de oude binnenstad, met grachten, monumentale bouwwerken en hofjes.

 

Religieus Maastricht

Maastricht is de prachtige hoofdstad van Limburg. Maastricht heeft zoveel te bieden, zowel qua bezienswaardigheden als qua volksverhalen. Toch is er een rode draad te ontdekken tussen al die prachtige verhalen: religie. In de meerderheid van de verhalen speelt religie een belangrijke rol. Sint Servaas, Sint Wilibrordus, de heilige Gerlachus, Sint Pieter, wijwater en religieuze twisten komen allemaal aan bod. Met deze route leert u niet alleen de stad beter kennen, maar wordt duidelijk dat Maastricht en religie een geheel vormen.

Meertens Instituut NWO Oneidig Noord-Holland Universiteit Twente